Algemeen

No cure, no pay?

28 mei 2026

Inleiding

Een financieel dienstverlener die werkt op basis van ‘no cure, no pay’-afspraken, doet er verstandig aan deze afspraken expliciet en ondubbelzinnig vast te leggen. Dat blijkt uit een recente uitspraak van Kifid, waarin een consument met succes terugbetaling vorderde van een aanbetaling van € 1.000,- nadat een hypotheek- en aankooptraject voortijdig was beëindigd.  

De feiten

Een consument schakelde een financieel dienstverlener in voor advisering en bemiddeling bij een hypothecaire geldlening, gecombineerd met aankoopbegeleiding bij de aankoop van een woning. Voor deze dienstverlening werd een vergoeding van € 3.250,-overeengekomen. Daarnaast betaalde de consument een aanbetaling van € 1.000,-.  

Tijdens het traject beëindigde de consument de opdracht. De aankoop van een woning en het afsluiten van een hypothecaire geldlening vonden uiteindelijk niet plaats. De consument stelde daarop dat partijen een ‘no cure, no pay’-afspraak hadden gemaakt. Volgens haar hield deze afspraak in dat zij geen kosten verschuldigd zou zijn als het traject niet zou leiden tot aankoop van een woning en het verkrijgen van financiering. Daarom vorderde zij de al betaalde aanbetaling terug.  

De financieel dienstverlener voerde verweer en stelde dat de crediteringsafspraak uitsluitend zag op de aankoopbegeleiding en niet op de hypotheekaanvraag. De overeenkomst bevatte daarnaast een bepaling waarin stond dat € 2.500,- zou worden terugbetaald bij het stopzetten van de opdracht tot aankoopbegeleiding.  

De consument verhoogde haar vordering later met een aanvullende schadeclaim van € 2.000,-, maar deze schade werd niet nader onderbouwd.

Het oordeel

De Geschillencommissie oordeelde dat de financieel dienstverlener de stelling van de consument over de ‘no cure, no pay’-afspraak onvoldoende had betwist. Daarbij verwees Kifid naar artikel 149 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: feiten die onvoldoende worden weersproken, moeten als vaststaand worden beschouwd.  

Omdat vaststond dat de dienstverlening niet had geleid tot een woningkoop en hypotheekverstrekking, moest de financieel dienstverlener de aanbetaling van € 1.000,- terugbetalen. De aanvullende schadevergoeding van € 2.000,- werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. 

Wat kunt u doen?

Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en schriftelijke afspraken met klanten. Leg expliciet vast: 

  • Welke werkzaamheden u uitvoert, denk aan: aankoopbegeleiding, advies, bemiddeling en/of nazorg;  

  • Wanneer een vergoeding wel of niet verschuldigd is;  

  • Welke onderdelen van de dienstverlening afzonderlijk worden gefactureerd;  

  • Welke voorwaarden gelden bij tussentijdse beëindiging van de opdracht.  

Daarnaast is het van belang om standpunten in een klachtprocedure concreet en juridisch voldoende gemotiveerd te betwisten. Een onvoldoende onderbouwd verweer kan ertoe leiden dat stellingen van de consument als vaststaand worden aangenomen.

Wat kan SVC voor u doen?

Dossiervorming speelt een cruciale rol bij het aantonen dat u aan uw informatie- en zorgplicht heeft voldaan. SVC helpt financieel dienstverleners bij het inrichten van een compleet en reproduceerbaar klantdossier, waarin alle communicatie, documenten en verstrekte informatie structureel worden vastgelegd. 

Hierdoor kunt u op ieder moment aantonen wat er met de klant is gedeeld en wanneer, wat essentieel is bij klachtenprocedures of geschillen. 

Wilt u meer informatie? Neem dan contact met ons op.

Support
Support op afstand

Bij SVC helpen wij u graag verder met support op afstand kunnen wij met u meekijken en u beter van dienst zijn. 

 

Vragen?

Neem contact met ons op.